Het vervoer van bestuurlijk aangehouden personen (vaak wegens openbare dronkenschap, drugsgebruik of ernstige overlast) vraagt veel tijd en middelen van het politiepersoneel. Hierdoor komen andere kerntaken, zoals zichtbare aanwezigheid op straat, onder druk te staan. Dit vervoer brengt bovendien concrete kosten mee, waaronder het inzetten van politievoertuigen en brandstofverbruik.
Aangezien deze interventies hoofdzakelijk een particulier probleem aanpakken en niet primair het algemeen belang dienen, is het gerechtvaardigd dat de hiermee verbonden kosten gedeeltelijk worden verhaald op de betrokken persoon of diens burgerlijk verantwoordelijke. Voor gerechtelijk aangehouden personen blijven deze kosten, zoals wettelijk bepaald, ten laste van de Staat.
Het heffen van een belasting op dit vervoer stelt de gemeente in staat een deel van de uitgaven te recupereren en kan tegelijk een ontradend effect hebben op gedrag dat leidt tot overlast of openbare dronkenschap. Hierdoor wordt zowel de financiële draagkracht van de gemeente ondersteund als de leefkwaliteit van de inwoners bevorderd.
Het belastingtarief wordt vastgelegd op € 130,00 per vervoer per persoon per rit.
Het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017en latere wijzigingen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit.
Het Koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.
Met ingang van 1 april 2026 en voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt ten voordele van de gemeente Heers een belasting geheven op het vervoer van personen met een politievoertuig wegens:
- openbare dronkenschap of vermoedelijke alcoholintoxicatie ten gevolge van een positieve ademtest, weigering van een ademtest, positieve ademanalyse, weigering van een ademanalyse, bloedproef of weigering van een bloedproef;
- het veroorzaken van overlast, nl. gedragingen stellen die de levenskwaliteit van de inwoners kunnen beperken op een manier die de normale druk van het sociale leven overschrijdt waardoor de normale last die het leven in de samenleving onvermijdelijk met zich meebrengt wordt overstegen;
- bestuurlijke aanhouding om welke reden dan ook.
De belasting valt ten laste van de vervoerde persoon of in voorkomend geval, van de voor hem burgerlijk verantwoordelijke persoon. De belasting is verschuldigd vanaf het ogenblik dat de vervoerde persoon zijn eindbestemming heeft bereikt.
De belasting wordt vastgelegd op een forfaitair bedrag van € 130,00 per vervoerd persoon per rit.
Als rit moet verstaan worden het traject dat wordt afgelegd vanaf het uitrukken van het politievoertuig tot op het ogenblik dat de betrokkene op zijn eindbestemming is gebracht. De eindbestemming is de meest aangewezen eindbestemming naargelang het geval (politiecommissariaat, thuis, bij de meerderjarige die het ouderlijk gezag of feitelijk toezicht uitoefent, verpleeginstelling, ....).
De belasting is niet verschuldigd voor de personen die in het kader van gerechtelijke aanhoudingen worden vervoerd zoals omschreven in artikel 78, °4 van het Koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.
De belasting is een contantbelasting en moet worden betaald na toezending van de factuur binnen de termijn gesteld op de factuur. De verzending van de factuur en de aanmaningen zijn kosteloos voor betrokkene.
Bij niet-betaling binnen de termijn voorzien in de laatste aangetekende aanmaning, wordt het dossier in handen gegeven van een gerechtsdeurwaarder, de kosten hiervan vallen volledig ten laste van betrokkene.
De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 t.e.m. 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.