Terug
Gepubliceerd op 12/01/2026

2025_GR_00254 - Reglement voor de inventarisatie en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 22/12/2025 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Belastingreglement, type Kohierbelasting. Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en eindigt op 31/12/2031
  • Relevante MAR code: 7375 - Krotten/ verwaarloosde/ongeschikte woningen en gebouwen
  • Bijkomende aanslagvoet: Nee

Samenstelling

Aanwezig

Henri Dumont, Schepen; Benny Schroyen, Schepen; Kristof Pirard, Burgemeester; Jozef Royer, Raadslid; Luc Schalenbourg, Raadslid; Heidi Pirlotte, Schepen/voorzitter Bijzonder Comité Sociale Dienst; Sonja Houbar, Raadslid; Carina Volont, Voorzitter; Erika Princen, Raadslid; Anneleen Vanherck, Raadslid; Bart Stevens, Schepen; Daniel Medarts, Raadslid; Evi Lennertz, Raadslid; Christel Lambié, Raadslid; Katrien Herck, Raadslid; Daan Billen, Raadslid; Frank Vandenbosch, Raadslid; Andy Goyens, Raadslid; Marina Bollen, Raadslid; Ivo Carlens, Algemeen directeur

Secretaris

Ivo Carlens, Algemeen directeur

Stemming op het agendapunt

2025_GR_00254 - Reglement voor de inventarisatie en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Goedkeuring

Aanwezig

Henri Dumont, Benny Schroyen, Kristof Pirard, Jozef Royer, Luc Schalenbourg, Heidi Pirlotte, Sonja Houbar, Carina Volont, Erika Princen, Anneleen Vanherck, Bart Stevens, Daniel Medarts, Evi Lennertz, Christel Lambié, Katrien Herck, Daan Billen, Frank Vandenbosch, Andy Goyens, Marina Bollen, Ivo Carlens
Stemmen voor 19
Carina Volont, Henri Dumont, Jozef Royer, Sonja Houbar, Kristof Pirard, Heidi Pirlotte, Anneleen Vanherck, Bart Stevens, Benny Schroyen, Luc Schalenbourg, Erika Princen, Evi Lennertz, Daniel Medarts, Christel Lambié, Frank Vandenbosch, Katrien Herck, Marina Bollen, Daan Billen, Andy Goyens
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2025_GR_00254 - Reglement voor de inventarisatie en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Goedkeuring 2025_GR_00254 - Reglement voor de inventarisatie en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

De gemeente Heers maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid “IGSW Haspengouw West”. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van verwaarloosde gebouwen en woningen als verplichte activiteit. Stebo vzw is projectuitvoerder van het intergemeentelijk samenwerkingsverband “IGSW Haspengouw West”

Argumentatie

Verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om volgende redenen:

  • Verwaarlozing is de voorbode van verkrotting: een toestand waarin woningen en gebouwen waardeloos zijn of zelfs gevaarlijk, wat niet enkel voor de eigenaar, maar ook voor de gemeente een verarming betekent;
  • Verwaarloosde woningen en gebouwen vormen makkelijker het mikpunt van vandalisme en vervuiling, omdat een goed waarvoor geen zorg gedragen wordt, weinig respect wekt bij passanten en buurtbewoners;
  • Verwaarlozing kan een gevoel van onveiligheid creëren, wat een hogere inzet van politie- en veiligheidsdiensten vraagt;
  • Verwaarloosde woningen of gebouwen maken het minder aantrekkelijk voor andere eigenaars in de straat of in de buurt om hun woning te renoveren of te verbeteren;
  • Verwaarloosde gevels in het straatbeeld doen de inspanningen van de gemeente om het openbaar domein opnieuw aan te leggen of net te houden grotendeels teniet;
  • Verwaarloosde woningen en gebouwen zijn minder of niet bruikbaar voor hun functie, waardoor ze ruimte in beslag nemen zonder die optimaal te benutten, terwijl de ecologische en maatschappelijke druk om ruimte zuinig en zorgvuldig te gebruiken steeds toeneemt;
  • Het is wenselijk dat het woningen- en gebouwenbestand dat op het grondgebied van de gemeente beschikbaar is niet alleen gebruikt wordt, maar ook in goede staat blijft, omdat verwaarlozing leidt tot verloedering, wat extra taken meebrengt voor de gemeente.

Gemeenten houden op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.15 tot en met 2.20, een register van verwaarloosde woningen en gebouwen bij. Om nadere materiële en procedurele regels voor het verwaarlozingsregister te bepalen kan de gemeente een reglement aannemen. De strijd tegen de verwaarloosde woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in een verwaarlozingsregister ook leidt tot een belasting. De vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
De wijze van registratie, de belasting en de vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.

Juridische grond

  • Grondwet, art. 170, § 4.
  • Vlaamse Codex Wonen van 2021,
    artikel 2.2, waarbij de gemeente wordt aangeduid als regisseur van het lokale woonbeleid; artikels 2.15 tot en met 2.20 betreffende de opmaak van een gemeentelijk verwaarlozingsregister.
  • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
  • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen.
  • Bestuursdecreet van 7 december 2018.
  • Ministerieel besluit van 12 december 2019 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode 2019-2025. 
  • Gemeenteraadsbesluit van 12 december 2019 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid “IGSW Haspengouw West” voor de periode 2019-2025, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder.
  • Ministerieel besluit van 14 maart 2025 houdende de subsidiëring van intergemeentelijke projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid voor de periode van 2026-2031 
  • Gemeenteraadsbesluit van 22 september 2025 tot goedkeuring van het subsidiedossier voor het intergemeentelijk samenwerkingsverband ‘Haspengouw West’ voor de projectperiode 2026-2031, waarbij Stebo vzw opgenomen werd als projectuitvoerder. Overwegende in afwachting van de goedkeuring van de minister.

Regelgeving bevoegdheid

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
<p>Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, latere wijzigingen en uitvoeringsbesluiten</p>

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad keurt het onderstaande reglement goed. 

Reglement voor de inventarisatie en belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 en 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen. 

In dit reglement wordt verstaan onder:

1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.

2. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.

3. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen: 

a) een aangetekend schrijven; 

b) een afgifte tegen ontvangstbewijs; 

4. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.

5. Woning: een goed, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 1.3, 66°: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.

6. Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde gebouwen en woningen, zoals vermeld in art 2 van dit reglement;

7. Opname attest: dit genummerde attest bestaat uit een fotodossier, een beschrijvend verslag met vermelding van de indicaties die de verwaarlozing staven en als besluit de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister; de datum van het opname attest geldt als de datum van de vaststelling van de verwaarlozing en geldt als opnamedatum.

8. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het verwaarlozingsregister wordt opgenomen.

9. Technische fiche: een fiche waarmee het verwaarlozingsonderzoek ter plaatse gebeurt vanop het openbare domein. Het bevat 2 of meer foto’s van de woning, de vastgestelde aanwijzingen voor verwaarlozing, een aanduiding van de indicaties met bijhorende strafpunten van verwaarlozing die ter plaatse worden vastgesteld, alsook de adresgegevens.

10. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;

11. Eigenaar: (zakelijk gerechtigde) de houder van één van de volgende zakelijke rechten: 

a) de volle eigendom; 

b) het recht van opstal of van erfpacht; 

c) het vruchtgebruik. 

12. Renovatienota: is een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:

  • Overzicht van de stedenbouwkundige niet-vergunningsplichtige werken die zullen worden uitgevoerd.
  • Een gedetailleerd tijdschema waarin wordt aangegeven binnen welke periode de werken zullen worden uitgevoerd;
  • offertes en/of facturen met betrekking tot de voorgenomen werken van waarin de verschillende onderdelen duidelijk vermeld worden. Deze offertes/facturen mogen niet ouder zijn dan 1 jaar; 
  • Plan of schets met een fotoreportage met weergave van de bestaande toestand van de te renoveren onderdelen.
  • Desgevallend het akkoord van alle mede-eigenaars.

13. Nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als nieuwbouw gezien wanneer er minder dan zeven jaar verstreken zijn na de afgifte van een omgevingsvergunning.

14. Ongeschikt en/of onbewoonbaar: woningen en kamers die ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaard zijn op basis van Deel 5 van de Vlaamse Codex wonen van 2021, of die onbewoonbaar zijn verklaard op basis van de wet van 24 juni 1988 houdende de Nieuwe Gemeentewet.

15. Ramp: Een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de eigenaar waardoor de schade aan   de woning of het gebouw dermate is dat het gebruik onmogelijk is geworden bv. door brand,  storm, hagel, …

HOOFDSTUK 2. REGISTRATIE VAN VERWAARLOOSDE WONINGEN EN GEBOUWEN

Artikel 2. Verwaarlozingsregister

§1. De administratie houdt een verwaarlozingsregister bij. Het verwaarlozingsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten: 

    1° een lijst “verwaarloosde gebouwen”;

    2° een lijst “verwaarloosde woningen”. 

§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:

  • het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw;
  • de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw;
  • de identiteit en het (de) adres(sen) van de eigenaar(s);
  • het nummer en de datum van het opname attest,
  • de indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
  • eventueel, de datum van de indiening van een beroep zoals vermeld in artikel 5, en de datum en de aard van de beslissing in beroep.

Artikel 3. Registratie van verwaarlozing

§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. Zowel eigen personeelsleden als medewerkers van het intergemeentelijke samenwerkingsverband kunnen hiertoe aangesteld worden. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden van de aangestelde personeelsleden worden omschreven in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen. 

§2. Een verwaarloosd gebouw of een verwaarloosde woning wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opname attest, dat uit één of meerdere foto’s en een technisch verslag bestaat, dat als bijlage is toegevoegd aan dit reglement, met hierop vermelding van de indicaties die de verwaarlozing staven. De datum van het opname attest geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum. 

§3. Bij dit technisch verlag geldt een gebrek van categorie I voor één punt, van categorie II voor drie punten, van categorie III voor negen punten. Er is sprake van verwaarlozing als de indicaties in dit verslag een eindscore opleveren van minimaal 9 punten. Er wordt in dit verslag rekening gehouden met de staat van het buitenschrijnwerk, de gevels en daken, die zichtbaar zijn van op het openbaar domein. Gebreken die maar op enkele plaatsen voorkomen en niet algemeen zijn scoren minder strafpunten dan gebreken die algemeen aanwezig zijn. Met algemeen wordt bedoeld dat dit gebrek algemeen aanwezig is op de delen van het pand die zichtbaar zijn van op het openbaar domein.

§4. Een gebouw of een woning dat in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als verwaarloosd gebouw of als een verwaarloosde woning beschouwd.

§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen of woningen, kan eveneens worden opgenomen in het verwaarlozingsregister en omgekeerd. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen, kan eveneens worden opgenomen in het verwaarlozingsregister. Een woning die geregistreerd is als tweede verblijf kan eveneens worden opgenomen in het verwaarlozingsregister.

§6. Een nieuw gebouw of woning wordt als een verwaarloosd gebouw of een verwaarloosde woning beschouwd indien dat gebouw of die woning zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg nog steeds voldoet aan de voorwaarden voor verwaarlozing;

Artikel 4. Kennisgeving van registratie 

§1. De eigenaar(s) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. De kennisgeving bevat: 

  • het opname attest met inbegrip van de technische fiche;
  • informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister; 
  • informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister;
  • informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het verwaarlozingsregister.   
  • informatie over de mogelijkheid tot vrijstelling van belasting.

Artikel 5. Beroep tegen registratie

§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een eigenaar bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten: 

  • de identiteit en het adres van de indiener; 
  • de vermelding van het nummer van het opname attest en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft; 
  • de bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw niet voldoet aan de voorwaarden om opgenomen te worden in het verwaarlozingsregister. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed; 

Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. Een laattijdig ingediend beroep tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 6.

§2. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.  

§3. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. 

§4. Elk inkomend beroepschrift wordt in het verwaarlozingsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging door middel van een brief of een e-mail verstuurd.  

§5. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk: 

  • als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in Art.5§1 of;
  • als het beroepschrift niet uitgaat van een eigenaar of overeenkomstig de bepalingen in Art.5§2 of; 
  • als het beroepschrift niet is ondertekend. 

Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit zo snel mogelijk mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van Art.5§1 niet verstreken is. 

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor een feitenonderzoek. 

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift, en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener ervan. 

§8. Als het beroep wordt ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het verwaarlozingsregister.

§9. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de eigenaar onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de verwaarlozing, zijnde de opnamedatum vermeld op het opname attest. 

Artikel 6. Schrapping uit het verwaarlozingsregister

§1. Een woning of gebouw wordt uit het verwaarlozingsregister geschrapt als een eigenaar bewijst dat de woning of het gebouw geen indicaties van verwaarlozing meer vertoont die bij quotering in het model van technisch verslag, vermeld in artikel 3, 9 punten of meer zouden opleveren.
 In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.

§2. De eigenaar richt hiervoor een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat: 

  1. de identiteit en het adres van de indiener; 
  2. de vermelding van het nummer van het opname attest en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft; 
  3. de bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister; 

Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. 

§3. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.   

§4. Elk inkomend verzoek tot schrapping wordt in het leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging door middel van een brief of een e-mail verstuurd.  

§5. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. In de andere gevallen wordt er een feitenonderzoek (hercontrole) uitgevoerd door het met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelslid. Er wordt dan een nieuw verslag opgemaakt zoals omschreven in artikel 3.

De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. 

§6. Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De datum van betekening van het verzoek tot schrapping geldt als datum van schrapping uit het verwaarlozingsregister.

Artikel 7. Beroep tegen weigering tot schrapping

§1. Tegen de beslissing tot weigering van de schrapping van een woning of gebouw uit het verwaarlozingsregister kan de eigenaar beroep aantekenen bij de beroepsinstantie. Het beroep moet binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van de weigeringsbeslissing, per beveiligde zending worden betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:

  • de identiteit en het adres van de indiener;
  • de vermelding van het adres van de woning of het gebouw waarop het verzoek betrekking heeft;
  • de weigeringsbeslissing;
  • de bewijsstukken die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed; 

Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.

§2. Als het beroep ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.

§3. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd. 

§4. Elk inkomend beroepschrift wordt in het verwaarlozingsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging door middel van een brief of een e-mail verstuurd.  

§5. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk: 

  • als het te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in §1 of;
  • als het beroepschrift niet uitgaat van een eigenaar of overeenkomstig de bepalingen in §2 of; 
  • als het beroepschrift niet is ondertekend. 

Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit zo snel mogelijk mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is. 

§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen belaste personeelsleden.

§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van 90 dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift, en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener ervan.

§8. Wordt het beroep ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister.

HOOFDSTUK 3. DE BELASTING

Artikel 8. Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen

§1 Er wordt vanaf  1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk verwaarlozingsregister. De definities van woningen, gebouwen en verwaarlozingsregister zijn omschreven in artikel 1.

§2 De belasting voor een verwaarloosde woning of gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het verwaarlozingsregister, d.w.z. 12 maanden na datum van het opname attest.

§3 Zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt (= de verjaardag).

§4 De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

Artikel 9. Belastingplichtige(n)

§1. De belasting is verschuldigd door de eigenaar(s) van het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning op de verjaardag van de opnamedatum in het gemeentelijk verwaarlozingsregister.

§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars elk verantwoordelijk voor de betaling van hun aandeel in de woning of het gebouw. Deze berekening wordt door de gemeente gedaan volgens de voor hen beschikbare informatie.

§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht via aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw of de woning in de inventaris. Bij het ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de 2 maanden na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken. Deze bevat minstens de volgende gegevens:

  • naam en adres van de verkrijger(s) van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
  • datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
  • nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het gebouw.

Bij afwezigheid van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.

Artikel 10. Tarief van de belasting

De belasting bedraagt: 

1° Indien het gebouw of woning een eerste termijn van 12 maanden in het verwaarlozingsregister staat, bedraagt de belasting: 500 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning;

2° Indien een gebouw of woning een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden in het verwaarlozingsregister staat, bedraagt de belasting: 750 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning;

3° Indien een gebouw of woning een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het verwaarlozingsregister staat, bedraagt de belasting: 1000 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning;

4° Indien een gebouw of woning een vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden in het verwaarlozingsregister staat, bedraagt de belasting: 1250 euro voor een verwaarloosd gebouw of woning;

Dit laatste bedrag blijft het bedrag van de aanslag voor ieder volgende termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister staat. De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.

Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het verwaarlozingsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.

Artikel 11. Vrijstellingen

§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie door middel van het daartoe bestemd aanvraagformulier.

De eigenaar die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in Art.11§4 of §5, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie. De administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen en/of een feitenonderzoek ter plaatse uitvoeren. 

Als de eigenaar niet meewerkt aan het feitenonderzoek ter plaatse, wordt de aanvraag tot vrijstelling of aanvraag tot verlenging van de vrijstelling ambtshalve geweigerd. De medewerker omschreven in Art.3§1 moet immers in staat zijn kennis te nemen van de staat van het gebouw of de voortgang van de meegedeelde werken.

§2. Een vrijstelling wordt telkens voor één aanslagjaar toegekend. Wanneer een vrijstelling, volgens die hiernavolgende bepalingen, gedurende meerdere jaren verlengd kan worden, dient de belastingplichtige jaarlijks een nieuwe vraag tot vrijstelling in te dienen en dat ten laatste voor de verjaardag van het verwaarloosde gebouw of de verwaarloosde woning in het gemeentelijk verwaarlozingsregister. 

Bij elke aanvraag zal de administratie op dat ogenblik beoordelen of aan de voorwaarden van de vrijstelling is voldaan. De eigenaar wordt schriftelijk in kennis gesteld of hij al dan niet recht heeft op de gevraagde vrijstelling. De administratie vermeldt in de kennisgevingsbrief het aanslagjaar waarvoor er vrijstelling verleend wordt.

§3 Als een vrijstelling wordt toegekend, blijft de woning of het gebouw in het gemeentelijk verwaarlozingsregister staan en blijft ze belastbaar, maar moet de belasting voor dat aanslagjaar niet betaald worden. 

§4. Van de verwaarlozingsbelasting zijn vrijgesteld: 

1. De belastingplichtige die de verwaarloosde woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en die niet over een andere woning beschikt. 

Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan jaarlijks verlengd worden zolang deze situatie zich aanhoudt en gaat in vanaf de opnamedatum in het verwaarlozingsregister.

2. De eigenaar die mede-eigenaar of volle eigenaar is van de woning of het gebouw en die in een erkende ouderenvoorziening , zorginstelling of zorgwoning verblijft of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, of elders inwoont in het kader van een zorgsituatie. Deze vrijstelling kan enkel gevraagd worden voor de woning waar de eigenaar zijn laatste hoofdverblijfplaats had tot de opname in een erkende ouderenvoorziening, zorginstelling of zorgwoning en op voorwaarde: 

    • dat deze de laatste persoon was die in de leegstaande woning was gedomicilieerd of als laatste overblijft na overlijden van zijn echtgenoot of levenspartner die aldaar als laatste nog gedomicilieerd was.
    • dat deze in de onmogelijkheid verkeert om de leegstaande woning te bewonen omwille van medische of psychische redenen.

Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan jaarlijks verlengd worden zolang deze situatie zich aanhoudt en gaat in vanaf de inventarisatiedatum in het verwaarlozingsregister wanneer de opname van de belastingplichtige plaatsvond vóór de inventarisatie of gaat in vanaf de datum van opname van de belastingplichtige. Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening of instelling of een melding van zorgwoning of een attest van de huisdokter moet jaarlijks worden voorgelegd.

3. De eigenaar die mede-eigenaar of volle eigenaar is van de woning of het gebouw waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing op basis van het Burgerlijk Wetboek. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan jaarlijks verlengd worden zolang deze situatie zich aanhoudt. Een  afschrift van de gerechtelijke beslissing moet jaarlijks worden voorgelegd.

4. De eigenaar die sinds minder dan één jaar eigenaar is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling enkel geldt voor de eerstvolgende belasting volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht. De eigenaar levert zelf hiervoor de nodige bewijzen. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan

    • vennootschappen waarin de vroegere houder van het zakelijk recht participeert, rechtstreeks of onrechtstreeks, voor meer dan 10% van het aandeelhouderschap
    • vzw’s waar de eigenaar lid van is

Vrijstellingen vermeld in deze bovenstaande paragraaf zijn persoonsgebonden. Ze worden toegekend overeenkomstig het aandeel van de woning of het gebouw  waarvan deze persoon eigenaar is. Ze gelden enkel voor de belastingplichtige die zich in de beschreven situatie bevindt. De overige eigenaars blijven belasting plichtig voor het resterende deel van de belasting.
 §5. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning:

1. gerenoveerd wordt. Er kunnen twee gevallen van renovatie onderscheiden worden:

    • wanneer het gaat over handelingen die een omgevingsvergunning vragen: er moet een niet vervallen omgevingsvergunning worden voorgelegd. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar volgend op het uitvoerbaar worden van deze omgevingsvergunning.  Deze vrijstelling kan max. 3 keer verlengd worden.
    • wanneer het gaat over handelingen die geen omgevingsvergunning vragen: er moet een renovatienota worden voorgelegd, zoals omschreven in artikel 1 - 12. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar vanaf de goedkeuring van de renovatienota door de administratie en kan max. 3 keer verlengd worden.

Slechts 1 van bovenstaande vrijstellingen kan worden toegekend binnen een periode van 10 jaar aan dezelfde eigenaar(s) én deze belastingplichtige kan aansluitend een tweede, een derde en een vierde jaar vrijgesteld worden, als hij aantoont dat in het jaar voorafgaand aan de aanvraag vooruitgang in de renovatiewerken is geboekt. De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 11§1.

2. gesloopt wordt op basis van een niet-vervallen omgevingsvergunning of conform hoofdstuk 13  “Afbraak” van het BVR van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is. De eigenaar kan maximaal 1 aanslagjaar vrijstelling genieten, namelijk  het aanslagjaar dat de sloopwerken effectief worden uitgevoerd. 

3. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan. De vrijstelling geldt vanaf de datum van goedkeuring van het onteigeningsplan en blijft van kracht zolang het onroerend goed binnen de grenzen van het plan valt en het onteigeningsproces niet is afgerond.

4. beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 3 maart 1976 en alle recentere wijzigingen binnen dit decreet. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan max. 3 keer verlengd worden.  

5. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp (van brand, ontploffing of ramp veroorzaakt door natuurlijke elementen). Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging en kan max. 2 keer verlengd worden. De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 11§1.

6. onmogelijk effectief gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij jaarlijks voorgelegd worden en de eigenaar moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure. De oorzaak van de verzegeling of het betredingsverbod dient evenwel vreemd te zijn aan de eigenaar. Gerechtelijke procedures in het kader van huurgeschillen of geschillen waarvoor de bevoegde rechtbank geen verzegeling van de woning en/of gebouw heeft uitgesproken, geven geen aanleiding tot het verlenen van een vrijstelling van de belasting;
 Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en gaat in: 

    • vanaf het begin van de onmogelijkheid tot effectief gebruik indien de zaak start na registratie in het verwaarlozingsregister.
    • vanaf de registratiedatum indien de procedure gestart is voor de registratie in het verwaarlozingsregister.

De vrijstelling kan jaarlijks verlengd worden tot het aanslagjaar volgend op het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod; De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 11§1.

7. het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van art. 3.30 van de Vlaamse Codex Wonen; 
 Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan max. 2 keer verlengd worden.
 De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 11§1.

8. te koop staat, op voorwaarde dat de woning of het gebouw tegen aanvaardbare marktvoorwaarden aangeboden wordt (moet aangetoond worden aan de hand van een schattingsverslag door een expert).
 Deze vrijstelling geldt voor maximaal 1 aanslagjaar en kan slechts 1 keer toegekend worden aan dezelfde eigenaar binnen een periode van 10 jaar.

9. Wanneer de verwaarlozing het gevolg is van overmacht, d.w.z. te wijten is aan redenen buiten de wil van de eigenaar van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat deze een einde stelt aan de verwaarlozing. 
 De eigenaar dient de overmacht aan te tonen en de bewijzen hieromtrent aan te leveren. In het geval de situatie van overmacht meerdere jaren zou duren, dient de verlenging jaarlijks door de eigenaar in overeenstemming met artikel 11§1 aangevraagd te worden.
 Deze vrijstelling wordt ieder jaar opnieuw bekeken en eventueel toegekend of geweigerd door middel van een gemotiveerde beslissing van het college van burgemeester en schepenen.

Het goed dat tijdelijk vrijgesteld werd van de belasting, zal na afloop van de vrijstellingsperiode automatisch en zonder voorafgaande verwittiging, opnieuw onderworpen worden aan de belasting waarvan het tijdelijk werd vrijgesteld. De belasting die op dat moment verschuldigd is, is deze van het aantal termijnen van 12 maanden dat de woning of het gebouw op de inventaris staat.

Artikel 12. Het kohier

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het kohier ook de verzendingsdatum, de uiterste betaaldatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan ingediend worden, de benaming, het adres, en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, dit uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.

Artikel 13. Betalingstermijn 

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten. 

Artikel 14. Bezwaar

De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de belasting bij het college van burgemeester en schepenen. 

Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet. 

De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger vermeld expliciet in zijn bezwaarschrift of hij gehoord wil worden. Enkel dan zal men worden uitgenodigd worden op een hoorzitting, waarbij men de kans krijgt zijn bezwaar mondeling uiteen te zetten. Indien het bezwaarschrift niets vermeldt, wordt er geen hoorzitting georganiseerd.

Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingplichtige (en in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger) en anderzijds naar de financieel directeur.

Artikel 15.  Kennisgeving toezicht 

De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement. 

 Artikel 16. Overgangsbepaling

Het reglement betreffende ‘de inventarisatie van verwaarloosde woningen en/of gebouwen' van 28 januari 2019 wordt opgeheven vanaf het ingaan van dit reglement op 1 januari 2026 .

Woningen en gebouwen reeds werden opgenomen in het verwaarlozingsregister, blijven opgenomen in het register met behoud van hun oorspronkelijke opnamedatum.
Voor deze adressen die reeds in het register staan, start de eerste periode van twaalf maanden voor de belasting vanaf het moment dat dit reglement in voege is gegaan.  

Artikel 17. Bekendmaking

Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 t.e.m. 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.