De gemeente Heers maakt deel uit van het intergemeentelijk project lokaal woonbeleid “IGSW Haspengouw West”. Het activiteitenpakket van het project bevat het opsporen, registreren en aanpakken van leegstaande gebouwen en woningen als verplichte activiteit. Stebo vzw is projectuitvoerder van het intergemeentelijk samenwerkingsverband “IGSW Haspengouw West”;
Leegstand van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente moet voorkomen en bestreden worden om volgende redenen:
Gemeenten houden op basis van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, in het bijzonder artikel 2.9 tot en met 2.14, een register van leegstaande woningen en gebouwen bij. Om nadere materiële en procedurele regels voor het leegstandsregister te bepalen kan de gemeente een reglement aannemen. De strijd tegen leegstaande woningen en gebouwen zal maar een effect hebben als de opname in het leegstandsregister ook leidt tot een belasting.
De wijze van registratie, de belasting en de vrijstellingen van belasting die in dit reglement zijn opgenomen, sluiten het best aan bij de noden en het beleid van de gemeente.
De gemeenteraad keurt het onderstaande reglement goed.
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 en 2.10 van de Vlaamse Codex Wonen.
In dit reglement wordt verstaan onder
1. Administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid die door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister. De gemeente kan hiervoor beroep doen op medewerkers van het intergemeentelijk samenwerkingsverband, aangewezen door het college van burgemeester en schepenen.
2. Beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen
3. Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
4. Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2,1°, van het decreet van 19 april 1995 en latere wijzigingen, houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5. Woning: een goed, vermeld in de Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 1.3, 66°: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
6. Leegstaand gebouw: gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een periode van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw. De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in art. 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7. Leegstaande woning: woning die gedurende een periode van ten minste 12 opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie; een woning die geregistreerd staat als tweede verblijf - zoals gedefinieerd in het geldende gemeentelijk reglement betreffende de registratie en belasting op tweede verblijven wordt niet beschouwd als zijnde leegstaand.
8. Leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
9. Leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in art 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
10. Opname attest: dit genummerde attest bestaat uit een fotodossier, een beschrijvend verslag met vermelding van de indicaties die de leegstand staven en als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister; de datum van het opname attest geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
11. Opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning voor de eerste maal in het leegstandsregister wordt opgenomen.
12. Technische fiche: een fiche waarmee het leegstandsonderzoek ter plaatse gebeurt vanop het openbare domein. Het bevat 2 of meer foto’s van de woning, de vastgestelde aanwijzingen voor leegstand, een aanduiding van de indicaties van leegstand die ter plaatse worden vastgesteld, alsook informatie over de staat van de woning en de adresgegevens.
13. Verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt;
14. Eigenaar: (zakelijk gerechtigde) de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
a) de volle eigendom;
b) het recht van opstal of van erfpacht;
c) het vruchtgebruik.
15. Renovatienota: is een gedetailleerde, gedateerde en ondertekende nota die door de administratie wordt goedgekeurd en waarin minstens volgende elementen zijn opgenomen:
16. Tweede verblijf: elke woongelegenheid waarvan degene die er kan verblijven, voor deze woongelegenheid op 1 januari van het dienstjaar niet ingeschreven is in de bevolkingsregisters, maar op elk ogenblik door hen voor bewoning of verblijf kan gebruikt worden, door het voorleggen van bewijs van verbruik van nutsvoorzieningen, ongeacht het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen of buitenverblijven, optrekjes, chalets en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans. Zie het gemeentelijk “reglement voor de registratie en belasting op tweede verblijven in Heers”.
17. Ongeschikt en/of onbewoonbaar: woningen en kamers die ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaard zijn op basis van Deel 5 van de Vlaamse Codex wonen van 2021, of die onbewoonbaar zijn verklaard op basis van de wet van 24 juni 1988 houdende de Nieuwe Gemeentewet.
18. Ramp: Een gebeurtenis die zich voordoet buiten de wil van de eigenaar waardoor de schade aan de woning of het gebouw dermate is dat het gebruik onmogelijk is geworden bv. door brand, storm, hagel, …
Artikel 2. Leegstandsregister
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
1° een lijst “leegstaande gebouwen”;
2° een lijst “leegstaande woningen”.
§2. In elke lijst worden de volgende gegevens opgenomen:
Artikel 3. Registratie van leegstand
§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van leegstaande woningen en gebouwen. Zowel eigen personeelsleden als medewerkers van het intergemeentelijke samenwerkingsverband kunnen hiertoe aangesteld worden. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden van de aangestelde personeelsleden worden omschreven in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerd opname attest, dat uit één of meerdere foto’s en een technisch verslag bestaat, met hierop vermelding van de indicaties die de leegstand staven. De datum van het opname attest geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum. Het opname attest bevat als besluit de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van twee of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende niet-limitatieve lijst:
§4. Met het oog op de actualisering van het leegstandsregister organiseert de gemeente minimaal jaarlijks een algemene controle van de gebouwen en de woningen waarvoor een vermoeden van leegstand bestaat.
§5. Een gebouw of een woning dat in aanmerking komt voor inventarisatie in de zin van hoofdstuk II van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt nooit als leegstaand gebouw of als een leegstaande woning beschouwd.
§6. Een woning geïnventariseerd als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister. Een woning die of een gebouw dat geïnventariseerd is als verwaarloosd kan eveneens worden opgenomen in het leegstandsregister en omgekeerd. Een woning die geregistreerd is als tweede verblijf kan niet opgenomen worden in het leegstandsregister en omgekeerd.
§7. Een nieuw gebouw of woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie;
Artikel 4. Kennisgeving van registratie
§1. De eigenaar(s) wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
Artikel 5. Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 4, kan een eigenaar bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend. Het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd. Een laattijdig ingediend beroep tegen een voorgenomen registratie wordt behandeld als een verzoek tot schrapping als vermeld in artikel 6.
§2. Als het beroepschrift ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar(s), voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§3. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§4. Elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging door middel van een brief of een e-mail verstuurd.
§5. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit zo snel mogelijk mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van Art.5§1 niet verstreken is.
§6. De beroepsinstantie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke beroepschriften op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het beroep wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift, en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener ervan.
§8. Als het beroep wordt ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw niet opgenomen in het leegstandsregister.
§9. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de eigenaar onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand, zijnde de opnamedatum vermeld op het opname attest.
Artikel 6. Schrapping uit het leegstandsregister
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een eigenaar bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in art 1§8. Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een eigenaar bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 1§7 aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
§2. De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data (bv. inschrijving in de bevolkingsregisters) of desgevallend na een onderzoek ter plaatse. Een huurovereenkomst op zich is onvoldoende om als bewijs te gelden voor de beëindiging van leegstand van een gebouw of woning, aangezien deze geen enkele aanwijzing geeft omtrent de effectieve benutting van het gebouw.
§3. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de eigenaar een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
Als datum van het verzoek wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd.
§4. Als het verzoek tot schrapping ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de eigenaar, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§5. Elk inkomend verzoek tot schrapping wordt in het leegstandsregister geregistreerd en aan de indiener wordt een ontvangstbevestiging door middel van een brief of een e-mail verstuurd.
§6. De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor een directe, eenvoudige vaststelling.
Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. Het verzoek wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Artikel 7. Belasting op leegstaande woningen en gebouwen
§1 Er wordt vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1.
§2 De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister, d.w.z. 12 maanden na datum van het opname attest.
§3 Zolang de woning of het gebouw niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt (= de verjaardag).
§4 De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.
Artikel 8. Belastingplichtige(n)
§1. De belasting is verschuldigd door de eigenaar(s) van het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de opnamedatum in het gemeentelijk leegstandsregister.
§2. Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars elk verantwoordelijk voor de betaling van hun aandeel in de woning of het gebouw. Deze berekening wordt door de gemeente gedaan volgens de voor hen beschikbare informatie.
§3. In geval van overdracht van het zakelijk recht moet de overdrager van het zakelijk recht de verkrijger ervan uiterlijk op het ogenblik van de overdracht via aangetekend schrijven en/of tegen ontvangstbewijs in kennis stellen van de opname van het gebouw of de woning in de inventaris. Bij het ontbreken van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd. Degene die het zakelijk recht overdraagt is tevens verplicht om binnen de 2 maanden na het verlijden van de notariële akte, per aangetekend schrijven aan de administratie een kopie van de notariële akte over te maken. Deze bevat minstens de volgende gegevens :
Bij afwezigheid van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
Artikel 9. Tarief van de belasting
De belasting bedraagt:
1° Indien het gebouw of woning een eerste termijn van 12 maanden op de inventaris staat, bedraagt de belasting: 500 euro voor een leegstaand gebouw of woning;
2° Indien een gebouw of woning een tweede opeenvolgende termijn van 12 maanden op de inventaris staat, bedraagt de belasting: 750 euro voor een leegstaand gebouw of woning;
3° Indien een gebouw of woning een derde opeenvolgende termijn van 12 maanden op de inventaris staat, bedraagt de belasting: 1000 euro voor een leegstaand gebouw of woning;
4° Indien een gebouw of woning een vierde opeenvolgende termijn van 12 maanden op de inventaris staat, bedraagt de belasting: 1250 euro voor een leegstaand gebouw of woning;
Dit laatste bedrag blijft het bedrag van de aanslag voor ieder volgende termijn van twaalf maanden dat het gebouw of de woning in het leegstandsregister staat. De belasting is ondeelbaar verschuldigd per opnamejaar.
Het aantal termijnen van twaalf maanden dat een gebouw of woning in het leegstandsregister staat, wordt opnieuw vanaf nul berekend bij overdracht van het zakelijk recht betreffende het gebouw of de woning.
Artikel 10. Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden door middel van het daartoe bestemd aanvraagformulier. De eigenaar die gebruik wenst te maken van een vrijstelling als vermeld in Art.10§4 of §5, dient zelf hiervoor de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie. De administratie kan bijkomende bewijsstukken opvragen en/of een feitenonderzoek ter plaatse uitvoeren. Als de eigenaar niet meewerkt aan het feitenonderzoek ter plaatse, wordt de aanvraag tot vrijstelling of aanvraag tot verlenging van de vrijstelling ambtshalve geweigerd. De medewerker omschreven in Art.3§1 moet immers in staat zijn kennis te nemen van de staat van het gebouw of de voortgang van de meegedeelde werken.
§2. Een vrijstelling wordt telkens voor één aanslagjaar toegekend. Wanneer een vrijstelling, volgens die hiernavolgende bepalingen, gedurende meerdere jaren verlengd kan worden, dient de belastingplichtige jaarlijks een nieuwe vraag tot vrijstelling in te dienen en dat ten laatste voor de verjaardag van de leegstaande woning of leegstaande gebouw in het gemeentelijk leegstandsregister. Bij elke aanvraag zal de administratie op dat ogenblik beoordelen of aan de voorwaarden van de vrijstelling is voldaan. De eigenaar wordt schriftelijk in kennis gesteld of hij al dan niet recht heeft op de gevraagde vrijstelling. De administratie vermeldt in de kennisgevingsbrief het aanslagjaar waarvoor er vrijstelling verleend wordt.
§3 Als een vrijstelling wordt toegekend, blijft de woning of het gebouw in het gemeentelijk leegstandsregister staan en blijft ze belastbaar, maar moet de belasting voor dat aanslagjaar niet betaald worden.
§4. Van de leegstandsbelasting zijn vrijgesteld:
1. De eigenaar die mede-eigenaar of volle eigenaar is van de woning of het gebouw en die in een erkende ouderenvoorziening , zorginstelling of zorgwoning verblijft of voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling, of elders inwoont in het kader van een zorgsituatie. Deze vrijstelling kan enkel gevraagd worden voor de woning waar de eigenaar zijn laatste hoofdverblijfplaats had tot de opname in een erkende ouderenvoorziening, zorginstelling of zorgwoning en op voorwaarde:
Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan jaarlijks verlengd worden zolang deze situatie zich aanhoudt en gaat in vanaf de opnamedatum in het leegstandsregister wanneer de opname van de belastingplichtige plaatsvond vóór de opnamedatum in het leegstandsregister of gaat in vanaf de datum van opname van de belastingplichtige. Een attest van verblijf in de ouderenvoorziening of instelling of een melding van zorgwoning of een attest van de huisdokter moet jaarlijks worden voorgelegd.
2. De eigenaar die mede-eigenaar of volle eigenaar is van de woning of het gebouw waarvan de handelingsbekwaamheid beperkt werd ingevolge een gerechtelijke beslissing op basis van het Burgerlijk Wetboek. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan jaarlijks verlengd worden zolang deze situatie zich aanhoudt. Een afschrift van de gerechtelijke beslissing moet jaarlijks worden voorgelegd.
3. De eigenaar die sinds minder dan één jaar eigenaar is van het gebouw of de woning, met dien verstande dat deze vrijstelling enkel geldt voor de eerstvolgende belasting volgend op het verkrijgen van het zakelijk recht. De eigenaar levert zelf hiervoor de nodige bewijzen. Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan
Vrijstellingen vermeld in deze bovenstaande paragraaf zijn persoonsgebonden. Ze worden toegekend overeenkomstig het aandeel van de woning of het gebouw waarvan deze persoon eigenaar is. Ze gelden enkel voor de belastingplichtige die zich in de beschreven situatie bevindt. De overige eigenaars blijven belasting plichtig voor het resterende deel van de belasting.
§5. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning:
1. gerenoveerd wordt. Er kunnen twee gevallen van renovatie onderscheiden worden:
Slechts 1 van bovenstaande vrijstellingen kan worden toegekend binnen een periode van 10 jaar aan dezelfde eigenaar(s) én deze belastingplichtige kan aansluitend een tweede, een derde jaar en een vierde jaar vrijgesteld worden, als hij aantoont dat in het jaar voorafgaand aan de aanvraag vooruitgang in de renovatiewerken is geboekt. De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 10§1.
2. gesloopt wordt op basis van een niet-vervallen omgevingsvergunning of conform hoofdstuk 13 “Afbraak” van het BVR van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is. De eigenaar kan maximaal 1 aanslagjaar vrijstelling genieten, namelijk het aanslagjaar dat de sloopwerken effectief worden uitgevoerd.
3. gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan. De vrijstelling geldt vanaf de datum van goedkeuring van het onteigeningsplan en blijft van kracht zolang het onroerend goed binnen de grenzen van het plan valt en het onteigeningsproces niet is afgerond.
4. beschermd is als monument, stads- of dorpsgezicht krachtens het decreet van 3 maart 1976 en alle recentere wijzigingen binnen dit decreet. Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan max. 3 keer verlengd worden.
5. vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp (van brand, ontploffing of ramp veroorzaakt door natuurlijke elementen). Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar volgend op de datum van de vernieling of beschadiging en kan max. 2 keer verlengd worden. De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 10.
6. onmogelijk effectief gebruikt kan worden omwille van een verzegeling of betredingsverbod in het kader van een strafrechtelijk onderzoek of omwille van een expertise in het kader van een gerechtelijke procedure. De nodige bewijsstukken van de gerechtelijke procedure moeten hierbij jaarlijks voorgelegd worden en de eigenaar moet spontaan de administratie op de hoogte houden over het verloop van de procedure. De oorzaak van de verzegeling of het betredingsverbod dient evenwel vreemd te zijn aan de eigenaar. Gerechtelijke procedures in het kader van huurgeschillen of geschillen waarvoor de bevoegde rechtbank geen verzegeling van de woning en/of gebouw heeft uitgesproken, geven geen aanleiding tot het verlenen van een vrijstelling van de belasting;
Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en gaat in:
De vrijstelling kan jaarlijks verlengd worden tot het aanslagjaar volgend op het aflopen van de verzegeling of het betredingsverbod; De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 10§1.
7. het voorwerp uitmaakt van een overeenkomst met het oog op renovatie-, verbeterings- of aanpassingswerkzaamheden in de zin van art. 3.30 van de Vlaamse Codex Wonen;
Deze vrijstelling wordt toegekend voor 1 jaar en kan max. 2 keer verlengd worden.
De verlenging van de termijn moet jaarlijks door de eigenaar aangevraagd worden conform artikel 10§1.
8. te koop of te huur staat, op voorwaarde dat de woning of het gebouw tegen aanvaardbare marktvoorwaarden aangeboden wordt (moet aangetoond worden aan de hand van een schattingsverslag door een expert).
Deze vrijstelling geldt voor maximaal 1 aanslagjaar en kan slechts 1 keer toegekend worden aan dezelfde eigenaar binnen een periode van 10 jaar.
9. Wanneer de leegstand het gevolg is van overmacht, d.w.z. te wijten is aan redenen buiten de wil van de eigenaar van wie redelijkerwijze niet kan verwacht worden dat deze een einde stelt aan de leegstand.
De eigenaar dient de overmacht aan te tonen en de bewijzen hieromtrent aan te leveren. In het geval de situatie van overmacht meerdere jaren zou duren, dient de verlenging jaarlijks door de eigenaar in overeenstemming met artikel 10§1 aangevraagd te worden.
Deze vrijstelling wordt ieder jaar opnieuw bekeken en eventueel toegekend of geweigerd door middel van een gemotiveerde beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
Het goed dat tijdelijk vrijgesteld werd van de belasting, zal na afloop van de vrijstellingsperiode automatisch en zonder voorafgaande verwittiging, opnieuw onderworpen worden aan de belasting waarvan het tijdelijk werd vrijgesteld. De belasting die op dat moment verschuldigd is, is deze van het aantal termijnen van 12 maanden dat de woning of het gebouw op de inventaris staat.
Artikel 11. Het kohier
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
Het aanslagbiljet bevat naast de gegevens vermeld in het kohier ook de verzendingsdatum, de uiterste betaaldatum, de termijn waarbinnen bezwaar kan ingediend worden, de benaming, het adres, en de contactgegevens van de instantie die bevoegd is om het bezwaarschrift te ontvangen, evenals de vermelding dat de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden, dit uitdrukkelijk moet vragen in het bezwaarschrift.
Artikel 12. Betalingstermijn
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Artikel 13. Bezwaar
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger kan bezwaar indienen tegen de belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger vermeld expliciet in zijn bezwaarschrift of hij gehoord wil worden. Enkel dan zal men worden uitgenodigd worden op een hoorzitting, waarbij men de kans krijgt zijn bezwaar mondeling uiteen te zetten. Indien het bezwaarschrift niets vermeldt, wordt er geen hoorzitting georganiseerd.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat door het college van burgemeester en schepenen speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingplichtige (en in voorkomend geval zijn vertegenwoordiger) en anderzijds naar de financieel directeur.
Artikel 14. Kennisgeving toezicht
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht van de bekendmaking van het reglement.
Artikel 15. Overgangsbepaling
Het reglement betreffende ‘de inventarisatie van leegstaande woningen en/of gebouwen' van 25 mei 2020 wordt opgeheven vanaf het ingaan van dit reglement op 1 januari 2026 .
Woningen en gebouwen die reeds werden opgenomen in het leegstandsregister, blijven opgenomen in het register met behoud van hun oorspronkelijke opnamedatum.
Voor deze adressen die reeds in het register staan, start de eerste periode van twaalf maanden voor de belasting vanaf het moment dat dit reglement in voege is gegaan.
Artikel 16. Bekendmaking
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 t.e.m. 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.