Gemeente Heers is regisseur van het lokaal woonbeleid. Naast gebruikte, leegstaande en/of verwaarloosde woningen en gebouwen zijn er ook woningen op haar grondgebied die als tweede verblijf worden gebruikt. Het volledig woningpatrimonium wordt in kaart gebracht.
Een tweede verblijf is regelmatig bewoond, waardoor de bewoner mee geniet van de inspanningen die de gemeente doet.
Door deze bewoning is het billijk dat de bewoners een bijdrage leveren aan de gemeentelijke kosten (bij voorbeeld op vlak van administratie, veiligheid, infrastructuur, openbaar domein, afvalbeheersing edm. );
Tevens is dit een goede manier op het patrimonium te categoriseren in kader van het gevoerde lokaal woonbeleid nl. dit zijn geen leegstaande woningen maar woningen in gebruik zonder dat daar iemand zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd.
Om deze redenen is het verantwoord om dit registratie- en belastingreglement goed te keuren.
De gemeenteraad keurt het onderstaande reglement goed.
Artikel 1: Aanslagjaren
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de tweede verblijven die gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente Heers, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.
Artikel 2: Definitie tweede verblijf
Onder tweede verblijf wordt verstaan elke andere private woongelegenheid, op het grondgebied van de gemeente Heers, die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans die al dan niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.
Onder wooncaravans moet worden verstaan de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te kunnen worden en waarvan het chassis en het type van wielen het voorslepen niet zouden verdragen. Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle soorten van caravans en woonaanhangwagens bedoeld die op de wettelijk voorgeschreven tijdstippen aan de technische controle onderworpen worden en waarvan een geldig schouwingsbewijs kan worden voorgelegd, waardoor ze op elk moment in het verkeer gebracht kunnen worden.
De woongelegenheid dient effectief gebruikt te worden. Bovendien dient de woongelegenheid en huiskavel als een goede huisvader onderhouden te worden. Het gebruik van water en elektriciteit binnen de woning kan aangetoond worden door verbruiksfacturen.
Worden niet als tweede verblijf beschouwd:
Vallen ook niet onder de toepassing van de belasting op tweede verblijven:
Bij discussies en/of twijfel kan de vermeende belastingplichtige gevraagd worden te zorgen voor
bewijslast zoals onder meer:
Artikel 3: Belasting
Het bedrag van de belasting wordt forfaitair vastgesteld op 500€ per jaar en per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse aanslagjaar verschuldigd door de belastingplichtige(n).
Artikel 4: Belastingplichtige(n)
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van het betreffende pand op 1 januari van het aanslagjaar.
In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder.
Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
Artikel 5: Aangifteformulier
De belasting verordening voorziet in de verplichting van aangifte. De belastingplichtige ontvangt jaarlijks vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend, dient teruggestuurd te worden binnen de opgelegde termijn vermeld in het aangifteformulier.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is echter niet ontheven van de verplichting om spontaan aangifte te doen vóór 31 december van het aanslagjaar. Hierbij geldt telkens de postdatum als bewijs. Bij afgifte geldt de datumstempel inkomende post als bewijs.
De betrokkenen die geen aangifteformulier zouden ontvangen hebben zijn niettemin verplicht spontaan aan het gemeentebestuur de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van de belasting, en dit ten laatste één maand na de eigendomsverwerving. De eerste aangifte van tweede verblijf blijft geldig tot de opzegging.
De aangifte blijft gelden tot zolang het gemeentebestuur in kennis gesteld wordt van de gewijzigde toestand.
Artikel 6: Het kohier
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.
Artikel 7: Ambtshalve vaststelling en belasting
Bij gebrek aan verklaring of afgifte of in geval van laattijdig, onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, bij aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van de kennisgeving, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Artikel 8: Bezwaren
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger, die meent dat deze belasting niet terecht is, kan een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift dient schriftelijk te worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd te zijn en op straffe van verval te worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het college van burgemeester en schepenen doet een uitspraak over het bezwaar binnen een termijn van 90 dagen vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger niet akkoord is met de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of als hij geen beslissing krijgt binnen de voorziene termijn, kan hij beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg.
De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger vermeld expliciet in zijn bezwaarschrift of hij gehoord wil worden. Enkel dan zal men worden uitgenodigd worden op een hoorzitting, waarbij men de kans krijgt zijn bezwaar mondeling uiteen te zetten. Indien het bezwaarschrift niets vermeldt, wordt er geen hoorzitting georganiseerd.
Artikel 9:
Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.
Artikel 10:
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 t.e.m. 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.