Terug
Gepubliceerd op 25/11/2025

2025_GR_00226 - Reglement voor de registratie en belasting op tweede verblijven - Goedkeuring

Gemeenteraad
ma 24/11/2025 - 20:00 Raadzaal
Goedgekeurd
Dit besluit handelt over een Belastingreglement, type Kohierbelasting. Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026 en eindigt op 31/12/2031
  • Relevante MAR code: 7377 - Tweede verblijven
  • Bijkomende aanslagvoet: Nee
  • Aanslagvoet uit de beslissing: € 500,00%

Samenstelling

Aanwezig

Henri Dumont, Schepen; Benny Schroyen, Schepen; Kristof Pirard, Burgemeester; Jozef Royer, Raadslid; Luc Schalenbourg, Raadslid; Heidi Pirlotte, Schepen/voorzitter Bijzonder Comité Sociale Dienst; Sonja Houbar, Raadslid; Carina Volont, Raadslid; Erika Princen, Raadslid; Anneleen Vanherck, Raadslid; Bart Stevens, Schepen; Daniel Medarts, Raadslid; Evi Lennertz, Raadslid; Christel Lambié, Raadslid; Katrien Herck, Raadslid; Daan Billen, Raadslid; Frank Vandenbosch, Raadslid; Andy Goyens, Raadslid; Marina Bollen; Ivo Carlens, Algemeen directeur

Secretaris

Ivo Carlens, Algemeen directeur

Stemming op het agendapunt

2025_GR_00226 - Reglement voor de registratie en belasting op tweede verblijven - Goedkeuring

Aanwezig

Henri Dumont, Benny Schroyen, Kristof Pirard, Jozef Royer, Luc Schalenbourg, Heidi Pirlotte, Sonja Houbar, Carina Volont, Erika Princen, Anneleen Vanherck, Bart Stevens, Daniel Medarts, Evi Lennertz, Christel Lambié, Katrien Herck, Daan Billen, Frank Vandenbosch, Andy Goyens, Marina Bollen, Ivo Carlens
Stemmen voor 19
Carina Volont, Henri Dumont, Jozef Royer, Sonja Houbar, Kristof Pirard, Heidi Pirlotte, Anneleen Vanherck, Bart Stevens, Benny Schroyen, Luc Schalenbourg, Erika Princen, Evi Lennertz, Daniel Medarts, Christel Lambié, Frank Vandenbosch, Katrien Herck, Marina Bollen, Daan Billen, Andy Goyens
Stemmen tegen 0
Onthoudingen 0
Blanco stemmen 0
Ongeldige stemmen 0
2025_GR_00226 - Reglement voor de registratie en belasting op tweede verblijven - Goedkeuring 2025_GR_00226 - Reglement voor de registratie en belasting op tweede verblijven - Goedkeuring

Motivering

Aanleiding en context

Gemeente Heers is regisseur van het lokaal woonbeleid. Naast gebruikte, leegstaande en/of verwaarloosde woningen en gebouwen zijn er ook woningen op haar grondgebied die als tweede verblijf worden gebruikt. Het volledig woningpatrimonium wordt in kaart gebracht. 

Argumentatie

Een tweede verblijf is regelmatig bewoond, waardoor de bewoner mee geniet van de inspanningen die de gemeente doet. 

Door deze bewoning is het billijk dat de bewoners een bijdrage leveren aan de gemeentelijke kosten (bij voorbeeld op vlak van administratie, veiligheid, infrastructuur, openbaar domein, afvalbeheersing edm. );

Tevens is dit een goede manier op het patrimonium te categoriseren in kader van het gevoerde lokaal woonbeleid nl. dit zijn geen leegstaande woningen maar woningen in gebruik zonder dat daar iemand zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd. 

Om deze redenen is het verantwoord om dit registratie- en belastingreglement goed te keuren.

Juridische grond

  • Artikel 170, §4 van de Grondwet.
  • Het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur;
  • De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen;
  • Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
  • Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en latere wijzigingen. 
  • De Nieuwe Gemeentewet voor de artikelen die nog van toepassing zijn 
  • Het decreet van 28 april 1993 houdende regeling voor het Vlaamse gewest van het administratief toezicht op de gemeenten en latere wijzigingen 
  • Het bestuursdecreet van 7 december 2018 
  • De omzendbrief ABB 2019/2 van 15 februari 2019 van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding, betreffende de gemeentelijke fiscaliteit; 
  • De omzendbrief BB 2011/01 van 10 juni 2011 van de Vlaamse minister van bestuurszaken, binnenlands bestuur, inburgering, toerisme en Vlaamse rand houdende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit;  

Regelgeving bevoegdheid

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
<p>Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, latere wijzigingen en uitvoeringsbesluiten</p>

Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

De gemeenteraad  keurt het onderstaande reglement goed. 

Reglement voor de registratie en belasting op tweede verblijven in Heers

Artikel 1: Aanslagjaren

 Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een jaarlijkse belasting geheven op de tweede verblijven die gelegen zijn op het grondgebied van de gemeente Heers, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.

Artikel 2: Definitie tweede verblijf

Onder tweede verblijf wordt verstaan elke andere private woongelegenheid, op het grondgebied van de gemeente Heers, die niet het hoofdverblijf vormt van de eigenaar of de huurder, maar die wel op elk moment door hem kan worden bewoond. Tweede verblijven zijn landhuizen, bungalows, appartementen, grote of kleine weekendhuizen, optrekjes en alle andere vaste woongelegenheden met inbegrip van de met chalets gelijkgestelde caravans die al dan niet ingeschreven zijn in de kadastrale legger.

Onder wooncaravans moet worden verstaan de caravans die technisch niet gemaakt zijn om voortgetrokken te kunnen worden en waarvan het chassis en het type van wielen het voorslepen niet zouden verdragen. Met verplaatsbare caravans en woonaanhangwagens worden alle soorten van caravans en woonaanhangwagens bedoeld die op de wettelijk voorgeschreven tijdstippen aan de technische controle onderworpen worden en waarvan een geldig schouwingsbewijs kan worden voorgelegd, waardoor ze op elk moment in het verkeer gebracht kunnen worden.

De woongelegenheid dient effectief gebruikt te worden. Bovendien dient de woongelegenheid en huiskavel als een goede huisvader onderhouden te worden. Het gebruik van water en elektriciteit binnen de woning kan aangetoond worden door verbruiksfacturen.

Worden niet als tweede verblijf beschouwd: 

  • woningen/gebouwen uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroeps- en/of handelsactiviteit;
  • Tenten en woonaanhangwagens, verplaatsbare caravans;
  • Een private woongelegenheid die niet aan de criteria van een minimum aan bewoonbaarheid voldoet. M.a.w. als blijkt uit onderzoek dat de woongelegenheid niet als tweede verblijf kan worden benut (ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen):
    1. De woning is niet stabiel/veilig genoeg;
    2. De woning kan stedenbouwkundig niet erkend worden als tweede verblijf;
    3. Het ontbreken van of te minimale bemeubeling;
    4. Sanitaire voorzieningen: ontbreken van een goed functionerend toilet, stromend water, aansluiting op riolering;
    5. Het ontbreken van verwarmingsmiddelen om de woongedeelten met een woonfunctie tot een normale temperatuur en op een veilige manier te kunnen verwarmen;
    6. De afwezigheid van elektriciteit om de woning te kunnen verlichten en elektrische installaties op een veilige manier te kunnen gebruiken.

Vallen ook niet onder de toepassing van de belasting op tweede verblijven:

  • de onderwijsinrichtingen, studentenhuizen en –kamers, ziekenhuizen, instellingen met een sociaal doel, jeugdherbergen en andere gelijkaardige inrichtingen;
  • woningen gebruikt voor beschermd en/of begeleid wonen;
  • de woongelegenheden die op 1 januari van het aanslagjaar opgenomen zijn in het register voor leegstaande woningen.

Bij discussies en/of twijfel kan de vermeende belastingplichtige gevraagd worden te zorgen voor

bewijslast zoals onder meer:

  • Afrekeningen van energiefacturen.
  • Foto's (met datum) van de inrichting van de woning.
  • Foto's (met datum) van het onderhoud van de tuin.
  • Een huurcontract en bewijs van betaling van de huur.
  • Het keuringsbewijs van de chauffageketel.

Artikel 3: Belasting

Het bedrag van de belasting wordt forfaitair vastgesteld op 500€ per jaar en per tweede verblijf. De belasting is ondeelbaar en voor het ganse aanslagjaar verschuldigd door de belastingplichtige(n). 

Artikel 4: Belastingplichtige(n)

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die eigenaar is van het betreffende pand op 1 januari van het aanslagjaar. 

In geval van vruchtgebruik, recht van opstal of recht van erfpacht is de belasting verschuldigd door de vruchtgebruiker, de opstalhouder of erfpachthouder. 

Ingeval van mede-eigendom zijn de mede-eigenaars hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de  totale belastingschuld. 

Artikel 5: Aangifteformulier

De belasting verordening voorziet in de verplichting van aangifte. De belastingplichtige ontvangt jaarlijks vanwege het gemeentebestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend, dient teruggestuurd te worden binnen de opgelegde termijn vermeld in het aangifteformulier. 

De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen is echter niet ontheven van de verplichting om spontaan aangifte te doen vóór 31 december van het aanslagjaar. Hierbij geldt telkens de postdatum als bewijs. Bij afgifte geldt de datumstempel inkomende post als bewijs.

De betrokkenen die geen aangifteformulier zouden ontvangen hebben zijn niettemin verplicht spontaan aan het gemeentebestuur de gegevens te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van de belasting, en dit ten laatste één maand na de eigendomsverwerving. De eerste aangifte van tweede verblijf blijft geldig tot de opzegging.

 De aangifte blijft gelden tot zolang het gemeentebestuur in kennis gesteld wordt van de gewijzigde toestand.

 Artikel 6: Het kohier

De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar.

De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Wanneer de belasting niet betaald is binnen de gestelde termijn, worden de regels toegepast betreffende de nalatigheidsintresten inzake de rijksbelastingen op de inkomsten.

 Artikel 7: Ambtshalve vaststelling en belasting

 Bij gebrek aan verklaring of afgifte of in geval van laattijdig, onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige wordt de belasting ambtshalve ingekohierd.

 Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, bij aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van de kennisgeving, om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Artikel 8: Bezwaren

De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger, die meent dat deze belasting niet terecht is, kan een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaarschrift dient schriftelijk te worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd te zijn en op straffe van verval te worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

Het college van burgemeester en schepenen doet een uitspraak over het bezwaar binnen een termijn van 90 dagen vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift. Als de belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger niet akkoord is met de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of als hij geen beslissing krijgt binnen de voorziene termijn, kan hij beroep aantekenen bij de rechtbank van eerste aanleg.

De belastingplichtige of zijn vertegenwoordiger vermeld expliciet in zijn bezwaarschrift of hij gehoord wil worden. Enkel dan zal men worden uitgenodigd worden op een hoorzitting, waarbij men de kans krijgt zijn bezwaar mondeling uiteen te zetten. Indien het bezwaarschrift niets vermeldt, wordt er geen hoorzitting georganiseerd.

Artikel 9: 

Deze verordening wordt aan de toezichthoudende overheid toegezonden.

Artikel 10: 

Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 t.e.m. 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.