De financiële toestand van de gemeente. De beslissing van de gemeenteraad van 23 september 2019 vervalt op 31 december 2025.
De financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven vergt de invoering van alle rendabele belastingen.
Artikel 170, §4, van de Grondwet.
De artikelen 464 tot en met 470/2 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992.
Het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
De belasting wordt vastgesteld op 7,5 % van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, zoals bepaald in artikel 469 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 t.e.m. 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.