De financiële toestand van de gemeente. De beslissing van de gemeenteraad van 23 september 2019 vervalt op 31 december 2025.
De activiteiten van genoemde zaken verschillen fundamenteel van deze van de gewone kleinhandel : de openingsuren situeren zich grotendeels tijdens de nachtrust van de meeste omwonenden.
Het bestuur is van mening dat de nachtwinkels de openbare orde verstoren, de netheid aantasten en de ordehandhavers en gemeentelijke openbare diensten extra belasten. Het is dus gewettigd om deze zaken financieel te laten bijdragen ten gunste van het gemeentebestuur.
Enerzijds zullen de ontvangsten die hieruit voortvloeien bijdragen in de kosten voor het bestrijden van de overlast en toelaten een doordacht lokaal economisch beleid te voeren en anderzijds zal de invoering van een belasting op nachtwinkels dit soort van uitbating ontmoedigen.
Artikel 170, § 4, van de Grondwet.
Het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De wet van 10 november 2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en latere wijzigingen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een openingsbelasting gevestigd op de nachtwinkels gelegen op het grondgebied van de gemeente.
Voor de toepassing van dit reglement moet er onder nachtwinkel worden verstaan elke winkel die geen andere activiteiten uitoefent dan de verkoop van algemene voedingswaren en huishoudelijke artikelen, die tussen 18.00 uur en 04.00 uur open is en ongeacht of alle verplichtingen en beperkingen voortvloeiend uit de wet van 10 november 2006 betreffende openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening door de nachtwinkel gerespecteerd zijn.
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de nachtwinkel.
De eigenaar van de nachtwinkel en de eigenaar van het pand waar de nachtwinkel gevestigd is, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
De belasting wordt vastgesteld als volgt :
- 2.500,00 € per nachtwinkel.
De openingsbelasting is eenmalig en verschuldigd bij elke opening van een nieuwe handelsactiviteit van een nachtwinkel. Elke wijziging van uitbating wordt gelijkgesteld met een nieuwe handelsactiviteit. Elke wijziging of stopzetting van een economische activiteit dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtigen onmiddellijk en per aangetekend schrijven te worden meegedeeld aan het gemeentebestuur.
De belasting is ondeelbaar. Ze is verschuldigd voor het ganse jaar, ongeacht de datum van aanvang of stopzetting van de economische activiteit of de wijziging van uitbating in het jaar. Er wordt geen enkele korting of teruggave van de belasting gedaan om welke reden dan ook.
Elke belastingplichtige moet ten laatste één maand na de opening een aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs.Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van 30 dagen volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk te bezorgen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met 50 %. De belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. Het mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zijn speciaal daarvoor aanwijst.
Het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Er wordt binnen vijftien kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding verstuurd.
De vestiging en de invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen terzake, gebeurt zoals bepaald in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§ 1. De vestiging van een nachtwinkel is onderworpen aan een voorafgaande vergunning verleend door het college van burgemeester en schepenen. Voor het verkrijgen van een vestigingsvergunning dienst de uitbater een schriftelijke aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen.
§ 2. Het college van burgemeester en schepenen kan de vergunning voor de vestiging van een nachtwinkel weigeren op grond van de
2.1. ruimtelijke ligging van de handelzaak : er kan alleen een vergunning voor de vestiging van een nachtwinkel afgeleverd worden indien de vestigingseenheid zich op de dorpsas van Heers-Centrum, Steenweg (N3) bevindt en in die dorpsas enkel in die zone die expliciet voor detailhandel is aangeduid.
Onverminderd de bovenstaande afbakening van de zone geldt zowel binnen als buiten dit gebied dat het aantal vestigingen van nachtwinkels de ruimtelijke draagkracht van het gebied niet mag overschrijden. Tussen de verschillende nachtwinkels dient een minimum afstand van 2 km gerespecteerd te worden.
2.2. handhaving van de openbare orde, veiligheid en rust : hiervoor baseert het college van burgemeester en schepenen zich op een advies van de politiediensten met betrekking tot de mogelijke verstoring van de openbare orde, veiligheid en rust door deze handelszaak en tot eventuele aanbevelingen om deze verstoring te voorkomen.
De burgemeester kan de sluiting bevelen van nachtwinkels die worden uitgebaat in overtreding op dit reglement of op de beslissing van het college van burgemeester en schepenen in uitvoering van artikel 10, § 2, punt 2.2.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 t.e.m. 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.