De financiële toestand van de gemeente. De beslissing van de gemeenteraad van 23 september 2019 vervalt op 31 december 2025.
Het ruimen van afval in de buurt van speciale handelsuitbatingen vergt bijkomende inspanningen van de gemeentelijke diensten. Het is aangewezen om de uitbaters van deze speciale handelsactiviteiten financieel te laten bijdragen ten gunste van het gemeentebestuur.
Artikel 170, § 4, van de Grondwet.
Het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op de frituur- en andere handelskramen die tot doel hebben allerhande koopwaren te verkopen op het openbaar domein en die geen deel uitmaken van een bestendige handelszaak of woning met een kadastraal inkomen, uitgezonderd de kermiskramen.
De belasting is verschuldigd door de personen aan wie de vereiste machtiging gegeven wordt. De machtigingsaanvraag dient gericht aan het college van burgemeester en schepenen. De belasting is verschuldigd zolang het ophouden van het gebruik aan het gemeentebestuur niet bekend wordt gemaakt, behalve indien er in de machtiging een termijn bepaald wordt.
Het intrekken van de machtiging bij politiemaatregelen wegens een fout van de betrokkene of het afzien van deze laatste van het genot van de gegeven machtiging, brengt voor de belastingplichtige geen enkel recht mee op terugbetaling van de reeds gestorte sommen.
De belasting is verschuldigd zonder dat de betrokkene kan aanspraak maken op enig onherroepelijk recht op concessie noch van erfdienstbaarheid op het openbaar domein, maar integendeel de plicht heeft bij het eerste verzoek van de gemeentelijke overheid het toegestaan gebruik op te heffen, of te beperken en zonder daar aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. De betaling van de belasting brengt voor de gemeente geen speciale toezichtstaak mee. Het gebruik van het openbaar domein gebeurt op eigen risico van de begunstigde van de machtiging en onder zijn verantwoordelijkheid.
De belasting wordt vastgesteld op € 5,00 dagvergoeding per standplaats.
De som die per jaar moet betaald worden, wordt berekend aan de hand van de staat die vermeldt op welke dagen de belastingplichtige effectief van het openbaar domein heeft gebruik gemaakt.
De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet. Het aanslagbiljet wordt aangetekend verzonden, een kopie van het belastingreglement wordt bijgevoegd.
De belastingschuldige kan tegen deze belasting een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen.
Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, gemotiveerd en ondertekend zijn. Het mag eveneens, tegen ontvangstbewijs, overhandigd worden aan het college van burgemeester en schepenen of aan het orgaan dat zij speciaal daarvoor aanwijst.
Het bezwaarschrift moet op straffe van verval, worden ingediend binnen en termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Er wordt binne vijftien kalenderdagen na indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding verstuurd.
De vestiging en de invordering van de belasting, evenals de regeling van de geschillen terzake, gebeurt zoals bepaald in het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 t.e.m. 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.