De financiële toestand van de gemeente. De beslissing van de gemeenteraad van 23 september 2019 vervalt op 31 december 2025.
Het is noodzakelijk, ter bescherming van het milieu, een belasting te innen voor het opruimen van sluikstorten en het verwijderen van aanplakbiljetten op plaatsen waar het aanbrengen ervan niet toegestaan is.
We krijgen in de gemeente geregeld te maken met sluikstorten en aanplakkingen op plaatsen waar dit niet toegelaten is. Het opruimen van afval, dat ongecontroleerd werd achtergelaten, veroorzaakt financiële kosten voor de gemeente. De opruimingskosten kunnen verhaald worden op de sluikstorter via een belasting. Deze belasting is meestal het rechtstreekse gevolg van een bestuurlijke of strafrechtelijke maatregel of van een GAS-boete aan de sluikstorter.
De belasting voor het opruimen van het sluikstort dekt de kost voor het ruimen van het afval, inclusief de kosten voor het ingezette materieel en personeel.
Artikel 16.6.3, § 2, van het Decreet van 5 april 1995 houdende de algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM).
Artikel 12, § 1, van het Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen.
Het decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastigen.
De Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
De Omzendbrief KB/ABB2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting gevestigd op het opruimen van sluikstorten op het openbaar domein en het verwijderen van aanplakbiljetten op plaatsen waar het aanbrengen ervan niet toegelaten is.
Onder sluikstorten wordt verstaan het storten, het doen of laten storten, het opslaan in of op de bodem, het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen, ermee gelijkgestelde afvalstoffen, grof afval en om het even welke andere afvalstoffen, goederen, producten of voorwerpen op andere plaatsen dan deze die daartoe bij wijze van een bijzondere vergunning door de bevoegde overheid zijn gereserveerd, m.n. op alle openbare wegen en andere openbare plaatsen, in de waterwegen, de waterlopen en andere oppervlaktewateren, in de riolering of op de private terreinen, ongeacht het feit van eigendom.
De belastingplichtige wordt aangeduid aan de hand van een proces-verbaal opgemaakt door de bevoegde verbaliserende instantie.
De belasting voor het opruimen van een sluikstort wordt verhaald op degene die het misdrijf heeft begaan of door de eigenaar van de afvalstoffen. Voor het verwijderen van aanplakbiljetten is de retributie hoofdelijk verschuldigd door de uitgever (natuurlijke of rechtspersoon) van het aanplakbiljet en door de persoon die het aanplakbiljet heeft aangebracht.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
Indien extra materiaal van de gemeente dient ingezet te worden, of een externe firma of instelling dient ingeschakeld te worden, dan zullen de gemaakte kosten overgemaakt worden aan de overtreder, bijkomend aan bovengenoemde kosten. De stortkosten en eventuele kosten voor de inzet van een gespecialiseerde firma voor het verwijderen van het afval worden integraal verhaald op de sluikstorter.
De belasting moet na ontvangst van een factuur contant betaald worden in handen van de financieel directeur of door storting op het IBAN nummmer van het gemeentebestuur. De verzending van de factuur en de aanmaningen zijn kosteloos voor de schuldenaar.
Bij niet-betaling binnen de termijn voorzien in de laatste aangetekende aanmaning, wordt het dossier in handen gegeven van een gerechtsdeurwaarder, de kosten hiervan vallen volledig ten laste van de schuldenaar.
Dit reglement zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikelen 285 t.e.m. 288 en artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.